Een aanbesteding die eindigt in de rechtszaal?

Je wilt het voorkomen, maar soms is het onvermijdelijk. Zo ook bij een aanbesteding die HIP begeleidde voor een gemeente met betrekking tot de bouw van een Kindcentrum.

Een Kindcentrum is geen traditionele basisschool, maar een gebouw dat ook ruimte biedt aan bijvoorbeeld kinderopvang, een bibliotheek en voorzieningen voor onder andere de GGD en speltherapie. Daarmee vervult het een bredere maatschappelijke functie.

Het project kende een behoorlijke omvang en ambitieuze eisen. Zo moest het gebouw duurzaam en bij voorkeur energieneutraal (ENG) zijn, met een gemiddelde GPR-score van 8 en een Frisse Scholen klasse B. Daarnaast was flexibiliteit cruciaal: het gebouw moest eenvoudig kunnen meebewegen met veranderende leerlingaantallen. Verder moest het ontwerp sober, doelmatig en tijdloos zijn.

Er werd gekozen voor een concurrentiegerichte dialoog. Deze procedure biedt ruimte voor architecten om ontwerpkeuzes te bespreken met de opdrachtgever en gebruikers. Tegelijkertijd stelt het de opdrachtgever en gebruikers in staat om te toetsen of de werkwijze en ideeën van de architect aansluiten bij de ambities van het project.

Kort geding en het vonnis

Na de voorlopige gunning startte de partij die als derde eindigde een kort geding.

De kern van het geschil zat in de beoordeling van de presentatie. Waar de winnende partij hoog scoorde, kreeg deze partij een ‘voldoende’.

Onderstaand de 3 bezwaren met het vonnis:


Bezwaar 1:

De inschrijver stelde dat de beoordeling op het aspect duurzaamheid onjuist was, omdat deze niet was gebaseerd op een harde berekening. Zelf had de inschrijver wel een berekening als onderbouwing voor het ontwerp ingediend, terwijl de andere inschrijvers dat niet hadden gedaan. Volgens de inschrijver hadden deze partijen daarom uitgesloten moeten worden, omdat zij geen (vergelijkbare) onderbouwing hadden aangeleverd.

Oordeel van de rechter:

In de leidraad werd niet gevraagd om het indienen van berekeningen. De inschrijver heeft hierover vooraf geen vragen gesteld. Daarnaast is in de leidraad opgenomen dat een inschrijver door het indienen van een inschrijving akkoord gaat met de gestelde voorwaarden.

De rechter oordeelde dat sprake is van rechtsverwerking. De inschrijver had vooraf vragen kunnen en moeten stellen over de vereiste onderbouwing. Door zonder voorbehoud in te schrijven, heeft de inschrijver ingestemd met het feit dat een dergelijke berekening niet verplicht was. Nu dit niet is gebeurd, verliest de inschrijver het recht om hier achteraf nog bezwaar tegen te maken.


Bezwaar 2:

De inschrijver stelde dat bij de beoordeling ten onrechte is gekeken naar ‘irrelevante’ aspecten, zoals kleurgebruik en speelelementen (bijvoorbeeld een glijbaan), in plaats van naar de kernfunctionaliteit van het ontwerp.

Oordeel van de rechter:

Er vond een marginale toetsing plaats. Dat betekent dat de rechter niet op de stoel van het beoordelingsteam gaat zitten, maar uitsluitend toetst of de beoordeling op zorgvuldige en correcte wijze heeft plaatsgevonden.

Volgens de rechter mochten aspecten zoals kleurgebruik, typografie, vormen en sfeerbeelden worden meegenomen in de beoordeling. In de gunningsleidraad was namelijk opgenomen dat het ontwerp inzicht moest geven in onder andere stijl, materiaalgebruik, kleur en sfeer. Daarnaast was het uitgangspunt “sober, doelmatig en tijdloos” expliciet meegegeven.

Gelet hierop mocht de aanbestedende dienst deze aspecten betrekken bij de beoordeling.


Bezwaar 3:

De inschrijver stelde dat de motivering in de gunningsbrief gebrekkig was en verzocht daarnaast om inzage in de inschrijvingen van de andere inschrijvers.

Oordeel van de rechter:

De rechter oordeelde dat de motivering toereikend was. De relevante kenmerken en voordelen van de winnende inschrijving waren voldoende inzichtelijk gemaakt. Ook werd bevestigd dat het terecht is dat geen informatie uit de inschrijvingen van andere partijen is gedeeld.


Deze casus onderstreept het belang van sterke aanbestedingsstukken. Juist de details die op het eerste gezicht klein lijken, maken vaak het verschil. Een zorgvuldige (juridische) toetsing is daarbij essentieel om op de cruciale momenten stevig te staan.

Geïnteresseerd in de daadwerkelijk uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:4599, Rechtbank Limburg, C/03/339788 / KG ZA 25-94

Wil je meer weten over dit onderwerp of sparren over een aanbestedingstraject? Onze juristen denken graag mee. Neem gerust contact met ons op: juridischloket@hollandinkoopprofessionals.nl

Meer verhalen